385 miljoen jaar geleden begint de geschiedenis van de Grotten van Han, op de zeebodem. Daar verzamelden zich de resten van de zeeorganismen die er leefden en vormden een kalklaag, die door de druk gevormd werd tot kalksteen. Resten van die zeedieren zijn nog steeds te zien in de grotten van Han.


Opeenvolgende geologische processen, die bijvoorbeeld ook de anticlinaal van Durbuy vormden, leiden tot vervormingen en scheuren in het kalksteen. En dan kan het water zijn werk doen. Zuurder water (door plantenresten) lost het kalk op zodat scheuren groter worden en holtes ontstaan, door de holtes gaat water stromen waardoor de wanden uitgeschuurd worden, en als dan het grondwaterpeil zakt komen grotten bloot te liggen. Dat stromende water was in het geval van de Grotten van Han de rivier de Lesse, een rivier die nog steeds door de grotten stroomt.






Als de grotten eenmaal droog zijn komen te staan, stopt de regen natuurlijk niet, dus het water blijft infiltreren van boven af en blijft daarbij ook het kalk in het kalksteen oplossen en meenemen. In de grotten vallen de druppels dan naar beneden en laten daarbij een miniem beetje kalk achter, zowel op de plek waar de druppel naar beneden valt als op de plek waar hij neerkomt. Doordat dat over duizenden jaren gebeurt, ontstaan steeds langere stalagmieten en stalagtieten die uiteindelijk als kalkpilaren bij elkaar komen in prachtige vormen.
















Een bijzondere vorm zijn de “gordijnen”, waar het water schuin wegloopt zodat dunne, gegolfde vellen ontstaan, waar het licht doorheen schijnt.





Ook kunnen een soort poeltjes ontstaan, een beetje vergelijkbaar met de veel grotere versies in het Turkse Pamukkale.




De grotten van Han zijn meer dan 10 kilometer lang, veruit het grootste grottenstelsel in België, en slechts voor een deel toegankelijk voor toeristen. In de grootste grot is ook een grootse lichtshow georganiseerd met het verhaal van de ontdekking van de Grotten die, stukje bij beetje, nog steeds gaande is.




Plaats een reactie