De marineschepen die regelmatig in Hellevoetsluis in de haven lagen moesten natuurlijk ook onderhouden worden, en daarvoor moest men bij de onderkant van het schip kunnen. Dat werd gedaan door een deel van de haven te laten droogvallen, waarbij de schepen op hun kant kwamen te liggen. Omslachtig en met behoorlijke kans op schade. Aan het eind van de 18e eeuw was Jan Blanken ervan overtuigd dat het mogelijk was om dat slimmer te doen door een droogdok aan te leggen.

Hoewel er twijfel was of dat mogelijk was in de slappe Nederlandse bodem, werd hij naar Frankrijk gestuurd om verdere kennis op te doen. Bij terugkomst in 1798 begon hij aan de verbetering van de haven van Hellevoetsluis en de aanleg van het droogdok.

Het droogdok is 157 lang en 32 meter breed en is gefundeerd met 5.000 houten palen. In tegenstelling tot een normale fundering zijn deze palen niet bedoeld om de constructie te dragen, maar om deze in de grond te verankeren. Als het dok leeg is ontstaat er een enorme lege bak, die zonder de fundering op het grondwater zou gaan drijven. Het dok bestaat uit twee delen, van elkaar gescheiden door sluisdeuren, zodat er twee schepen tegelijk in kunnen worden gerepareerd. In het midden van het dok zitten normale sluisdeuren, maar bij de ingang een speciale. Daar zit een zogenoemde “schipdeur”, een sluisdeuren in de vorm van een schip. Gevuld met water sluit hij de ingang uitstekend af, een stuk beter dan de traditionele deur zodat het dok goed droog blijft. Als je het water er uit laat lopen gaat hij drijven en kun je hem heel gemakkelijk manoeuvreren.







Wegens de enorme omvang van het droogdok, met twee verschillende compartimenten voor het werk aan twee schepen tegelijkertijd, kon dat niet met de gebruikelijke technieken drooggepompt worden. De enige mogelijkheid om dat te doen was met de net ontwikkelde stoommachine. Eén probleem: die stoommachine moest uit Engeland komen, uit de fabriek van James Watt, en de Bataafsche Republiek was een zusterrepubliek, of vazalstaat, van de Franse Republiek waarmee Engeland voortdurend in oorlog was. Het heeft wat diplomatie en overredingskunst gevraagd, maar uiteindelijk is het gelukt een stoommachine aan te schaffen (het vaak vertelde verhaal dat de machine gesmokkeld is, blijkt niet waar, hij is er ook wat groot voor).




De tunnels rond het droogdok, die vroeger gebruikt werden voor het leegpompen van het dok, zijn tegenwoordig ook te bezoeken.






Plaats een reactie